Voortrekkers in de Achterhoek

Door de daling van hun leerlingenaantal kunnen vmbo-scholen in de Achterhoek technische vakken soms niet meer aanbieden. En dat terwijl de vraag naar technisch geschoold personeel onder de regionale werkgevers juist groeit. Om deze dreigende mismatch voor te zijn, is er STERA: een project dat voor praktijkleerplekken bij bedrijven zorgt. Projectleider Liesbeth Laman Trip: ‘Als school kun je de praktijk niet evenaren.’

 

STERA staat voor Smart Technical Education Regio Achterhoek. Dat is een samenwerkingsverband van de vmbo-scholen, het Graafschap College (mbo), het bedrijfsleven en de opleidingsbedrijven in de Achterhoek. Door deze coalitie krijgen vmbo-leerlingen de mogelijkheid om meer technische (keuze)vakken te volgen. Liesbeth Laman Trip, projectleider van STERA: ‘In dit project bouwen we voort op het praktijkleren zoals dat op het Christelijk College Schaersvoorde in Aalten al plaatsvond. Daar waren ze ervan overtuigd dat leerlingen door deze vorm van leren beter werden voorbereid op de beroepspraktijk.’ Een goed voorbeeld is de samenwerking tussen Schaersvoorde en de
aangepaste fietsenfabrikant Van Raam. Derdejaars vmbo-leerlingen leren daar in acht weken tijd onder begeleiding van een ervaren medewerker van het bedrijf fietsenaanhangers te maken. Bij de productie daarvan komen alle facetten van metaalbewerking aan bod. Liesbeth: ‘Momenteel beschikken we over zo’n dertig soortgelijke praktijkleerplekken bij allerlei soorten bedrijven en ik verwacht dat dat aantal snel zal groeien.’

 

 

Regie bij de school

STERA biedt de tien vmbo-scholen in de Achterhoek daarmee een groot netwerk van slimme praktijkleerplekken. Vmbo-leerlingen volgen (onderdelen van) lessen bij een bedrijf in de buurt. Hierdoor werken ze binnen een realistische context aan uitdagende opdrachten met moderne en goede apparatuur. Liesbeth vindt dat de meerwaarde daarvan niet onderschat kan worden: ‘Leerlingen krijgen een veel beter beeld van de beroepspraktijk. Je kunt ze beter motiveren als het om loopbaanontwikkeling gaat.’

Door de infrastructuur van de praktijkleerplekken kunnen de verschillende technische profielen van de vmbo-scholen behouden blijven en komen de leerlingen rechtstreeks in contact met het bedrijfsleven. De scholen hoeven zo geen hoge kosten te maken om voor alle keuzevakken, technieklokalen state of the art aan te passen. Liesbeth: ‘Omdat de lessen voor het grootste deel buiten de deur gegeven worden, is het bedrijf wat ons betreft in the lead bij het bepalen of leerlingen het vak gehaald hebben. Maar de onderwijskundige regie ligt bij de scholen; die blijven zelf bepalen welke lessen geschikt zijn om de einddoelen te halen.’

Wederzijds profijt

Deelnemende scholen aan STERA zijn allemaal verbonden met externe bedrijven of opleidingsbedrijven die de praktijkleerplekken aanbieden. Daarvoor moeten leerlingen natuurlijk wel meer op reis. Liesbeth: ‘Dat is afhankelijk van waar het bedrijf in kwestie gevestigd is. Als het wat verder weg ligt, zorgt het bedrijf meestal voor vervoer. Maar we werken ook met vrijwilligers. Op termijn willen we naar een structurele oplossing toe, bijvoorbeeld met auto’s of busjes die door de bedrijven gesponsord worden, met hun reclame erop.’ Het grote voordeel van de praktijkleerplekken is dat leerlingen een realistisch beroepsbeeld krijgen van de praktijk en kennismaken met de nieuwste technologieën die toegepast worden in het bedrijfsleven. Liesbeth: ‘Je kunt nog zulke fantastische profielen hebben, je zult als je in je school blijft zitten nooit de praktijk kunnen evenaren. Nooit aan die techniek en die snelheid kunnen tippen.’ Maar de andere partij profiteert ook: bedrijven komen direct in contact met potentiële toekomstige medewerkers.

Breder trekken

STERA is cruciaal om voldoende scholingsmogelijkheden in stand te houden bij demografische krimp waarmee de Achterhoek de komende jaren onvermijdelijk te maken gaat krijgen. Het samenwerkingsverband moet dan ook structureel ingebed worden bij de tien Achterhoekse vmbo-scholen. Gelukkig ziet de Provincie Gelderland de meerwaarde en het belang van STERA ook in en financiert zij de helft van de kosten van het samenwerkingsverband via Achterhoek 2020. De andere helft wordt door het bedrijfsleven, de scholen en de opleidingsbedrijven ingebracht. STERA wil in vier jaar minimaal 400 leerlingen een praktijkplek geboden hebben. En daar blijft het niet bij, zegt Liesbeth: ‘Uiteindelijk willen we verderop in het project deze systematiek breder trekken en ook toepassen op profielen en keuzevakken in andere sectoren, zoals de zorg.’

Tekst: Jacques Poell