Twee scholen, één bouwopleiding

Het Eemsdeltacollege in Delfzijl en het Hogeland College in Uithuizen beginnen samen een bouwopleiding. De krimpende scholen willen zo aantrekkelijk blijven voor leerlingen.

 

Op de vmbo-afdeling van het Eemsdeltacollege in Delfzijl lopen jongens weer met hout te sjouwen. Of ze hebben een potlood, zaag of lijmklem in de hand. Werd de bouwopleiding een aantal jaren geleden wegens gebrek aan leerlingen geschrapt, dit jaar is ze weer van start gegaan. Een kleine twintig derdejaars vmbo’ers zijn er aan begonnen.

Samenwerking

,,Er is weer vraag naar bouwvakkers, naar handige jongens”, zegt Hans van der Molen, bestuurder van het Eemsdeltacollege. ,,De grootste recessie in de bouw is voorbij. Er wordt weer gebouwd en we zitten midden in het aardbevingsgebied. Wij willen als school aansluiten bij de regionale arbeidsmarkt.’’ Toch is de bouwopleiding niet dezelfde als een paar jaar geleden. De school doet Bouw, Wonen en Interieur, zoals de richting heet, namelijk samen met de locatie van het Hogeland College in Uithuizen, 25 kilometer verderop. Door met twee scholen samen te werken, zijn er voldoende leerlingen voor de opleiding en is deze betaalbaar.Jongeren van het Hogeland College gaan binnenkort naar Delfzijl om lessen te volgen. Waarschijnlijk zullen ze dat een paar weken achter elkaar doen. Vanaf volgend jaar gaan leerlingen de opleiding deels in Delfzijl en deels in Uithuizen volgen. Ze worden een dagdeel in de week met busjes, een half uur rijden, gebracht en gehaald.

Krimp
Dat de scholen samenwerken, is mogelijk door de afspraken die alle middelbare scholen in de provincie Groningen in februari 2014 maakten. Grote delen van de provincie kampen met krimp en het aantal leerlingen daalt met 20 tot 30 procent. Voor het Eemsdeltacollege geldt dat ze van ruim 2100 leerlingen naar rond de 1600 gaan in 2020. Het Hogeland krijgt op termijn zo’n 300 leerlingen minder. Ook andere middelbare scholen verliezen honderden leerlingen. Als ze elkaar blijven beconcurreren, zijn meerdere opleidingen niet meer in stand te houden. Er zouden te weinig leerlingen voor zijn. Door samenwerking kan het zijn dat een opleiding op de ene school verdwijnt, maar wel op een andere school is te volgen.

Grote bouwbedrijven hebben jonge bouwvakkers nodig, zegt Van der Molen, maar hij erkent dat de arbeidsmarkt wispelturig is. De kleinere een- of tweemansbedrijven nemen niet snel werknemers aan. Zij huren liever zzp’ers of medewerkers van het uitzendbureau in. Van der Molen wil de bouwleerlingen daarom ook leren ondernemen en sociaal vaardig te zijn, zodat ze zich kunnen redden op de ‘aardbevingsmarkt’: dat ze weten hoe ze moeten handelen als ze werken met veeleisende en/of emotionele klanten.

Campus

Als de vmbo’ers klaar zijn met hun opleiding kunnen ze door naar het mbo. ROC Noorderpoort overweegt een mbo-2 opleiding in Appingedam te beginnen, het liefst onder één dak. Van der Molen: ,,Onze gebouwen in Delfzijl en Appingedam en die van het Noorderpoort zijn niet aardbevingsbestendig en door de krimp zijn ze te groot. Nieuwbouw lijkt net zo duur of goedkoper dan verbouw van de huidige panden. Daarom willen we alles bij elkaar op één campus huisvesten. Het vmbo en mbo kunnen dan nauw samenwerken, en we kunnen docenten, machines en lokalen delen.’’ Ook wil hij het regionale bedrijfsleven er bij betrekken.

Het Eemsdeltacollege is vorig jaar ook weer begonnen met een vwo-plusafdeling. De school wil getalenteerde leerlingen aan de school binden, omdat de vrees bestaat dat ze anders de trein naar de stad Groningen pakken. Het Eemsdelta is de enige middelbare school in Delfzijl/Appingedam en jongeren hebben niet de keuze uit meerdere scholen, zoals dat in de stad wel het geval is.

Bron: Dagblad van het Noorden