Toptechniek in Terneuzen

Het aanbod van het technisch vmbo in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Opleidingen lekten weg naar ‘de overkant’: Vlissingen of Goes. Om het tij te keren is het Centrum voor Toptechniek opgericht, een gezamenlijk onderkomen voor vmbo, mbo en bedrijfsopleidingen. Piet de Witte, bestuurder van een van de betrokken vmbo-scholen, ziet het helemaal zitten: ‘Dit is een pareltje.’

 

Zeeuws-Vlaanderen telt drie vmbo-scholen: oostelijk in Hulst, centraal in Terneuzen en westelijk in Oostburg. Al jaren hebben die met een daling van het aantal leerlingen te maken. Daaraan moest een halt worden toegeroepen. Maar hoe? Piet de Witte, bestuurder van het Reynaert College in Hulst: ‘We hebben met alle betrokkenen, ook die van bedrijfsopleidingen en het mbo, Scalda, een reddingsplan opgesteld. Dat plan bestond uit het instellen van een experimentele leerlijn, de vakmanschapsroute en het opstellen van een businesscase voor een nieuw gebouw waar die route gestalte zou kunnen krijgen.’

 

Centrum voor Toptechniek

Vermenging

De vakmanschapsroute is een doorlopende leerlijn waarbij leerjaar 3 en 4 van het vmbo zijn samengevoegd met het eerste en tweede leerjaar van het mbo. Derdejaars vmbo-leerlingen die met de vakmanschapsroute starten, behalen zo binnen vier jaar een mbo-niveau-2-diploma, oftewel een startkwalificatie. Piet: ‘De vakmanschapsroute start dus in het derde jaar van de beroepsgerichte opleidingen, maar dan nog wel op locatie: dus op de drie vmbo-scholen. Er vindt in dat stadium nog geen vermenging van leerlingen plaats. Wat wel nieuw is: alle leerlingen, of ze nu in Oostburg, Terneuzen of Hulst op school zitten, volgen exact hetzelfde oriënterende programma, zowel qua inhoud als qua opzet. In het tweede jaar van de vakmanschapsroute gaan de vierdejaars vmbo-leerlingen wél naar een centrale locatie: het Centrum voor Toptechniek. Daar zijn ze fysiek samengebracht in een nieuw gebouw, op de campus van Scalda. Tegelijkertijd zitten daar ook de bedrijfsopleidingen bij. En het mbo, Scalda, zelf natuurlijk.’

Spic en span

Het nieuwe gebouw in Terneuzen, eigenlijk een vernieuwing van een bestaand gedeelte van Scalda, is sinds het begin van het schooljaar 2017-2018 in gebruik. Piet is er maar wat blij mee: ‘Het gebouw, de inventaris: alles is spic en span!’ En het is geen eendagsvlieg, weet hij: ‘We hebben ons in de businesscase vooral afgevraagd: wat kost het om zo’n gebouw tien jaar lang te exploiteren? We hebben dan ook een kostenpost begroot tot 2027 en daarin zijn we vrij uniek in onderwijsland. We hebben berekend wat de onderwijspartijen konden bijdragen vanuit de reguliere bekostiging, en wat de inbreng van de bedrijfsopleidingen kon zijn. En, niet onbelangrijk – want je praat over grote afstanden in deze regio – wat het kost om leerlingen gratis te vervoeren. Natuurlijk komen daar partijen als gemeenten en de provincie om de hoek kijken voor een substantiële bijdrage. Het regionaal investeringsfonds heeft in de strijd tegen de krimp ook een steentje bijgedragen via een subsidie. Het restant hebben we aan het bedrijfsleven gevraagd en voor een groot deel gekregen. De toezeggingen zijn er. Je praat over ongeveer negen ton, waarvan Dow Chemical er nu al vijf voor zijn rekening heeft genomen. We zijn er nog niet helemaal, maar dat komt zeker goed.’

Commitment

Piet is ervan overtuigd dat het technisch vmbo in zijn regio op deze manier in een volwaardige vorm behouden kan worden. Het commitment bij hem en zijn partners is daarvoor een garantie: ‘Er sneuvelden tot voor kort steeds meer technische opleidingen, zowel binnen de eigen scholen als bij Scalda. De deal was dus: oké, de vmbo-4 leerlingen komen naar Terneuzen toe, maar Scalda belooft dan de weglek naar de overkant een halt toe te roepen. De vmbo-scholen in Hulst en Oostburg hebben immers een flinke veer moeten laten om een deel van hun onderwijs te verplaatsen naar Terneuzen: je creëert dan wel op je eigen locatie een stukje leegstand! Met de betreffende gemeenten zijn gelukkig goede afspraken gemaakt om dat probleem op te lossen. We zijn een krimpregio, maar in plaats van je in de verdrukking en in het defensief te laten dringen, kun je ook de vlucht vooruit maken. En dan is het Centrum voor Toptechniek een pareltje.’

 

Tekst: Jacques Poell