Vakschool wankelt door druk van opleidingsniveau

Vmbo-scholen die vakmensen zoals bouwvakkers en automonteurs opleiden, zien hun leerlingaantallen drastisch teruglopen. Door de maatschappelijke druk om een zo hoog mogelijke opleiding te halen, kiezen scholieren liever voor de theoretische tak van het vmbo, havo of vwo.

 

Opwaartse Druk

De VO-raad merkt dat minder leerlingen voor praktische vmbo-scholen kiezen sinds het schooladvies van basisschoolleerkrachten leidend is. ,,Met name hoogopgeleide ouders zetten leraren, vaak met succes, onder druk om het advies voor hun kind te verhogen'', verklaart Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad.

Vooral de praktijkgerichte opleidingen (basis) binnen het vmbo verliezen leerlingen; sinds 2004 kromp het leerlingaantal met 40 procent. Die trend zet zich door. Beroepsgerichte vmbo-scholen melden op sommige plekken, waaronder in Groningen, tot 20 procent minder inschrijvingen. ,,We zijn op het punt dat delen van het beroepsonderwijs gaan omvallen'', verwoordt Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad. Hij zegt dat een dag voor een debat in de Tweede Kamer over de toekomst van het beroepsonderwijs.

Prognoses laten zien dat die krimp ook de komende jaren aanhoudt. Terwijl havo en vwo zo’n 3,5 procent minder scholieren krijgen, daalt het aantal vmbo’ers naar verwachting met bijna 11 procent. Uiteindelijk belanden daardoor ook minder studenten op de praktische mbo-opleidingen.

?appId=21791a8992982cd8da851550a453bd7f&quality=0.9

Zorgelijk

Dat is zorgelijk, stellen de VO- en MBO Raad, want vakmensen, zoals schilders, verpleegkundigen en elektrotechnici, zijn nodig op de arbeidsmarkt. De sectorraden willen af van het idee dat hoe hoger de opleiding, hoe beter het is. ,,Natuurlijk moet ieder kind zijn talenten benutten, maar dat talent hoeft niet per se in een theoretische opleiding te zitten'', stelt Rosenmöller. ,,Sommige kinderen staan zo onder druk om een bepaalde opleiding te halen. Die lopen twee jaar op hun tenen en moeten dan alsnog overstappen. Dat leidt alleen maar tot frustratie.’’

 

Een kwart van de scholieren met een havo-advies belandt uiteindelijk op vmbo-tl, zo blijkt uit cijfers van de Onderwijsinspectie. Van de leerlingen met een advies voor het theoretische vmbo moet 18 procent uiteindelijk naar het praktischer vmbo kader.

 

Een negatief imago

Terwijl in de samenleving grote waardering bestaat voor vakmensen, kleeft aan het vmbo en mbo het imago ‘niet goed genoeg’, merken de VO- en MBO Raad. ,,Ik hoop niet dat we over een paar jaar zeggen: wat was het beroepsonderwijs toch mooi'', aldus Heerts. ,,Dan schreeuwt het bedrijfsleven om goede mensen, maar die kunnen we niet leveren. Het onderwijs is geen bol.com waar bedrijven nu mensen bestellen die morgen afgeleverd kunnen worden.’’

 

De sectorraden zien al problemen ontstaan in de bouw. Door de economische crisis hadden bouwbedrijven fors minder werknemers nodig. Het aantal vmbo’ers dat koos voor een specialisatie in de bouw liep drastisch terug. In sommige regio’s stopten vmbo-scholen met het aanbieden van die opleidingsrichting. Nu komen bouwbedrijven echter handjes tekort. Ook opleidingen techniek en klein metaal zijn in sommige regio’s schaars.

 

De sectorraden vinden dat bedrijfsleven, politiek en onderwijs ook in de regio samen moeten optrekken om ook in economisch mindere tijden een minimaal aantal leerlingen af te leveren. Bovendien is het tijd voor meer waardering voor vakonderwijs. ,,We moeten afscheid nemen van begrippen als hoog- en laagopgeleid. Dat suggereert dat een cognitieve opleiding beter is dan een beroepsgerichte, terwijl de samenleving beide type mensen nodig heeft'', aldus Rosenmöller. ,,Ik kan jaloers zijn op iemand die een auto kan repareren, want ik kan dat niet. Het is een ander talent. Excellentie is te veel vereenzelvigd met gymnasium en universiteit.’’

Bron: Algemeen Dagblad