OCW: Analyse onderwijsaanbod voortgezet onderwijs

Het onderwijsaanbod in het voortgezet onderwijs is ten opzichte van vorig jaar niet verschraald. Dat is ook niet het geval voor de technische profielen in het vmbo. Wel is op te merken dat de leerlingendaling zorgt voor kleinere afdelingen, met name in het technisch vmbo en in het vwo. Omdat de leerlingendaling nog zeker een decennium aanhoudt, is dat een reden voor zorg. Regio’s zullen daarom met alle belanghebbenden samen moeten bepalen wat een adequaat onderwijsaanbod is, en hoe ze dat op een toekomstbestendige manier kunnen organiseren.

Er is een nieuwe analyse van het onderwijsaanbod van het gehele voortgezet onderwijs, nu op basis van de telling van 1 oktober 2016. Dit is de eerste analyse na de omzetting van de oude vmbo-afdelingen naar de nieuwe profielen. Ongeveer 80 procent van de vmbo-scholen heeft de overstap naar de nieuwe profielen inmiddels gemaakt. De overige scholen starten per schooljaar 2017-2018 met onderwijs in de nieuwe profielen. Daarmee kan een scherp beeld gegeven worden van de daadwerkelijke keuzes die scholen maken. Het totaalbeeld kan uiteraard volgend jaar pas worden gegeven.

Het onderwijsaanbod is over het geheel niet verschraald als gevolg van de omzetting naar profielen. Wel is het zo dat een toenemend aantal vestigingen bij een afnemend aantal leerlingen per definitie leidt tot een kleiner aantal leerlingen per vestiging

LEERLINGENDALING KOMT AAN IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS

De leerlingentellingen van de afgelopen jaren laten zien dat de leerlingendaling in het voortgezet onderwijs begint door te tellen (zie tabel 1).

Tabel 1: Aantallen leerlingen, alle leerjaren
  12/13 13/14 14/15 15/16 16/17
brugjaren 139.532 134.643 126.841 121.318 120.412
pro 27.589 28.628 29.274 29.772 29.898
vmbo 382.831 393.379 402.601 405.187 398.123
   Geen leerweg 149.117 152.336 154.396 153.393 147.668
   bb/kb 97.786 99.884 102.686 104.291 103.470
   gl 26.484 27.355 28.791 28.881 29.423
   tl 109.444 113.804 116.728 118.622 117.562
vm2 3.176 2.265 1.247 470 75
havo 192.128 195.850 202.126 208.935 211.240
vwo 224.387 225.533 229.861 236.281 242.617
totaal 969.643 980.298 991.950 1.001.963 1.002.365
De categorie ‘brugjaren’ bevat niet alle brugklassers, omdat sommige scholen die inschrijven op de schoolsoort. De niet-cursieve aantallen in elke kolom tellen daarom op tot het totaal.

 

Tabel 2: Prognoses leerlingenaantallen 2015–2030
  2015 2020 2025 2030 2015-2030 %
onderbouw 361.190 341.248 324.955 327.447 -9,3
pro 29.806 25.825 23.163 22.253 -25,3
Lwoo* 102.902 87.514 83.156 80.548 -21,7
vmbo bovenbouw 172.496 157.548 151.110 142.120 -17,6
havo bovenbouw 167.048 165.014 162.902 153.234 -8,3
vwo bovenbouw 168.703 173.268 167.152 157.732 -6,5
totaal 1.002.145 950.417 912.438 883.334 -11,9

* Lwoo is geen zelfstandige schoolsoort, maar wordt in de prognoses wel apart opgenomen.

Het aantal leerlingen in de brugjaren neemt al enige jaren af, en in het vmbo begint de krimp zich af te tekenen. Naar verwachting is dit jaar het laatste jaar dat het aantal leerlingen in het vo als geheel is toegenomen. Op basis van de prognoses die DUO jaarlijks maakt, verwachten we tot 2030 een leerlingendaling van ongeveer 12 procent (zie tabel 2). In die periode krijgen vier van de vijf scholen te maken met leerlingendaling. Zoals de tabel laat zien, worden het pro, het lwoo en het vmbo naar verwachting het hardst getroffen door leerlingendaling. Het landelijke beeld verdoezelt daarbij regionale verschillen. In een klein deel van het land is de komende jaren bescheiden groei te zien (regio Amsterdam en regio Den Haag), terwijl de daling van het aantal leerlingen regionaal kan oplopen tot 30 procent in regio’s als de Achterhoek, Oost-Groningen en de kop van Noord-Holland.

 

Tabel 3: Leerlingenaantallen profielen vmbo basis en kader,
3e en 4e leerjaar
12/13 13/14 14/15 15/16 16/17
Bouwen, wonen en interieur 5.274 4.745 4.553 4.564 5.009
Dienstverlening en producten 16.176 19.660 22.701 24.580 24.954
Economie en ondernemen 16.239 14.778 14.173 14.366 14.439
Groen 11.813 12.032 12.606 13.172 13.092
Horeca, bakkerij en recreatie 4.782 4.881 4.909 4.966 4.838
Maritiem en techniek 334 350 378 434 475
Media, vormgeving en ICT 1.133 1.168 1.196 1.254 1.773
Mobiliteit en transport 3.156 3.064 3.161 3.043 3.164
Produceren, installeren en energie 12.911 13.467 13.932 13.683 11.773
Zorg en welzijn 25.968 25.739 25.077 24.229 23.953
totaal 97.786 99.884 102.686 104.291 103.470
  

Tabel 4: Aantallen vestigingen profielen vmbo basis en kader

12/13 13/14 14/15 15/16 16/17
Bouwen, wonen en interieur 172 160 143 132 162
Dienstverlening en producten 218 232 245 248 259
Economie en ondernemen 296 279 265 264 270
Groen 107 105 102 101 101
Horeca, bakkerij en recreatie 90 86 82 81 86
Maritiem en techniek 3 3 3 3 3
Media, vormgeving en ICT 18 19 21 22 39
Mobiliteit en transport 105 97 91 86 102
Produceren, installeren en energie 249 232 227 220 228
Zorg en welzijn 324 319 306 297 303

 

De leerlingenaantallen per vmbo-profiel stabiliseren, of laten nog een lichte groei zien (zie tabel 3). De enige uitzonderingen daarop zijn de profielen Media, vormgeving en ICT (MVI, een sterke toename), en Produceren, installeren en energie (PIE, een sterke afname). Dit is grotendeels te verklaren doordat de afdelingen waarop deze leerlingen voorheen werden ingeschreven, worden toegerekend aan één profiel, terwijl scholen bij de omzetting voor die afdelingen uit twee profielen kunnen kiezen.

Het aantal vestigingen dat een bepaald vmbo-profiel aanbiedt, is bij alle profielen ten opzichte van vorig jaar gelijk gebleven of gestegen (zie tabel 4). Dat betekent niet dat er geen scholen zijn gestopt met het aanbieden van een bepaald profiel. De omzetting naar profielen heeft ervoor gezorgd dat scholen na hebben gedacht wat ze het beste kunnen aanbieden. In sommige gevallen is er besloten te stoppen met het aanbieden van een bepaald profiel, in andere gevallen juist om ermee te beginnen. Per saldo is het aantal vestigingen voor de meeste profielen toegenomen. Dat betekent dat het onderwijsaanbod over het geheel niet is verschraald als gevolg van de omzetting naar profielen. Wel is het zo dat een toenemend aantal vestigingen bij een afnemend aantal leerlingen per definitie leidt tot een kleiner aantal leerlingen per vestiging.

Lees hier de Kamerbrief