Kies techniek en met je handen werken

Vmbo-scholieren van Rotterdam Zuid krijgen een bliksemstage in de techniek. „Mijn moeder wil dat ik een kantoorbaan neem.”

„Zijn er nog vragen?”, peilt veteraan Jan Meijdam van het Rotterdamse havenopslagbedrijf Vopak. De zeven leerlingen van de eerste klas vmbo van het Scheepvaart en Transportcollege blijven stil. Zojuist heeft de 21-jarige oud-leerling Melvin verteld dat hij operator is. Meijdam heeft uitgelegd welke rangen je kunt doorlopen en hoe de 24-uursploegendiensten zijn ingericht. Maar niemand vraagt wat Melvin precies doet als operator.

 

Begeleider Jonna Wiersma legt uit dat vragen moeilijk is voor leerlingen van vmbo basis, de meest praktische en minst theoretische versie van de opleiding. Het zijn jongens tussen 12 en 14 jaar uit arme gezinnen in Rotterdam-Zuid – soms probleemgezinnen. Ze hebben niet zo’n sterk ontwikkeld abstractievermogen. Thuis wordt niet veel gepraat.

Wiersma is vestigingsdirecteur van Jinc (Jongeren Incorporated), een organisatie om jongeren aan het werk te helpen, die betrokken is bij deze kennismaking met Vopak bij de Vlaardingse haventerminal. Het is onderdeel van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, georganiseerd in het met Europees geld gefinancierde project Bridge.

Onderdeel van het programma is de bliksemstage in bedrijven waar jongeren later zouden kunnen werken. Jongeren moeten al zo vroeg mogelijk kennismaken met bedrijven. Er zijn ook loopbaangesprekken, voorlichtingsavonden, workshops en ombuiggesprekken.

„We zetten in op techniek en zorg. Daar zijn de grote tekorten. We willen beginnen op de basisschool. Want hoe ouder iemand is, hoe kleiner de kans dat die voor de techniek kiest”, zegt Frank Schutte van Bridge. Volgens een recent rapport van het Maastrichtse Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt ontstaan er grote tekorten in de zorg, de techniek en onderwijs.

Techniek

Psychologische grens

Volgens Wiersma komen jongeren niet graag uit hun eigen buurt. Voor hen ligt de haven ver weg. De brede Maas is een psychologische grens voor inwoners van Rotterdam-Zuid.

Schutte: „Er is veel beeldvorming bij kinderen thuis en ouders. Er zijn veel oude denkpatronen, ook bij ex-gastarbeiders en hun nazaten, die nog steeds zeggen: ‘We willen dat onze kinderen hun handen niet vuil maken.’ Laatst zei een jonge gozer tegen een collega: ‘Mijn moeder wil dat ik een kantoorbaan neem.’ Ze denken ook dat je veel verdient als je economie doet aan het vmbo en het mbo. Maar dat is niet meer zo.”

Juist op het middelbare niveau verdwijnen er door automatisering heel wat banen in de administratie en financiën. Een carrièrestartgarantie voor de langere mbo-opleidingen in de zorg, techniek, bouw, defensie, voedingsmiddelen, de haven, openbaar vervoer en de zorg moet jongeren verder motiveren.

De vmbo’ers bij Vopak mogen met helm op en werkschoenen aan roestwater in en uit een vat pompen en een nieuwe pakking op een afsluiter zetten. „Ik vind het leuk dat je ook nog iets kunt doen met een machine”, zegt Mehmet Kulaksiz (12). De jongens hanteren de Engelse sleutels en schroevendraaiers wat onwennig. Sleutelen is niet hun grootste hobby, voetbal en gamen vaak wel.

Sleutelen

Bashir El Badawi (12) wil beroepsvoetballer worden. Als dat niet lukt, is Vopak ook nog mogelijk, zegt hij. Damian van Wieringen (12) zegt „mwah” over techniek. Hij wil liever de archeologie in: „opgravingen”, zegt hij enthousiast. Lars Molendijk (14) sleutelt wel thuis. Uit twee oude computers heeft hij er één gemaakt en hij hoopt ooit een auto uit twee oude samen te stellen. Vopak lijkt hem wel wat en hij zou er het liefst computers programmeren.

Verrassend is dat ook voor jongeren met een korte mbo-opleiding nog plaats is in een hoogtechnologisch georganiseerd bedrijf als SEW-Eurodrive dat in de Rotterdamse haven elektrische aandrijfmechanismen produceert. Aan een rail hangen elektromotoren in verschillende fasen van verwerking. Die worden geassembleerd uit onderdelen die van elders door SEW worden aangeleverd.

SEW verwacht niet dat de nieuwe werknemers alles al kunnen, want ze krijgen een opleiding van een half jaar om te kunnen werken. Dat geldt voor veel middenbedrijven in de haven. De mbo-opleiding sluit vaak niet goed aan. Veel grote Rotterdamse mbo-opleidingen staan (met het Scheepvaart en Transportcollege als gunstige uitzondering) niet hoog aangeschreven in de Keuzegids die aan de hand van enquêtes onder studenten en ex-studenten oordeelt.

De locatiedirecteur van SEW, Ton Verschuren, wil dat de werknemers na de eigen bedrijfsopleiding zo lang mogelijk blijven werken. Zelf werkt hij 32 jaar voor SEW in verschillende functies. Hij gelooft niet in flexbanen. Werknemers die lang ergens werken, wekken een betrouwbaardere indruk bij de klant. Die wil niet telkens iemand anders aan de telefoon. Hij ziet de opleidingen in zijn bedrijf als investering. Het verkorte mbo2-niveau is genoeg om in aanmerking te komen.

Bij hun bliksemstage bij SEW mogen vijf vmbo-leerlingen uit onderdelen een elektromotor in elkaar zetten, met schroevendraaiers. Die heeft Jandrelika, het enige meisje dat die dag aan de bliksemstage meedeed, thuis ook wel eens gehanteerd. „Ik kan wel dingen repareren”, zegt ze. „Dat vind ik ook leuk.”

Bron: NRC.nl