Interactie op niveau bij ontwikkelen esource!

De esource is een slim oplaadpunt, een informatiezuil, een wifi-spot, een straatlantaarn en een trefpunt ineen en kan zowel in de vrije natuur als in de bebouwde omgeving worden neergezet. Jeroen Prummel en zijn teamgenoten van de startup Esource ontwikkelden het en lieten studenten van het Alfa College in Groningen meedenken.

Een esource is zeven meter hoog en ziet eruit als een elektriciteitsmast waar zonnepanelen aan hangen en een windmolentje op staat. De installatie heeft achttien stopcontacten, een ingebouwde informatiezuil en zitbanken. Er is wifi. Er is een lamp. Er hangt een bewakingscamera aan. “De esource is een energiemeubel dat zichzelf van energie voorziet”, zegt Jeroen Prummel, bedenker en ontwikkelaar van de installatie. “Met de zonnepanelen en de windmolen wordt energie opgewekt, die kan worden opgeslagen en gebruikt om bijvoorbeeld mobiele telefoons op de laden of elektrische fietsen. Daarnaast kun je er gebruik maken van Wifi, er kunnen bankjes in zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten, er kan een interactief informatiepaneel in waarmee je informatie over de omgeving kunt opvragen en met de camera kun je de omgeving veilig houden. Je kunt hem overal neerzetten, in de polder, op een plein, waar je maar wilt.”

Paralleltraject 

Het prototype is ontworpen en gebouwd. Nu moet de installatie verder worden vervolmaakt: hij moet bijvoorbeeld kunnen meedraaien met de zon en een mobiele versie voor festivals is ook handig. Sommige verbeterideeën zijn afkomstig van studenten elektrotechniek en engineering van het mbo. Prummel kwam met deze studenten in contact via de projectleider Adri Mertens, van Toptechniek in Bedrijf Groningen, bij het Alfa College. Adri Mertens was op zoek naar geschikte bedrijven om mee samen te werken en kwam terecht bij Startup Esource. “We hadden er wel interesse in. Maar we kwamen halverwege het schooljaar met ze in gesprek en wij hadden een deadline, dus we moesten even bedenken hoe we met elkaar aan de slag konden”, vertelt Prummel. De oplossing bleek te liggen in een parallel-traject. Studenten ontwikkelen de installatie in het tempo dat bij een schooljaar past – waarin nog meer moet gebeuren dan een projectopdracht uitvoeren – terwijl Esource zelf ook verder ontwikkelt. “Dan kun je over en weer met elkaar meedenken en profiteren van elkaars inzichten. Nu we weten dat we ermee doorgaan, kijken we hoe we het komende schooljaar de studenten nog beter kunnen inzetten.”

‘Een paralleltraject geeft de docenten planningstechnisch rust, en ons ook’

Deadline

Want er is grote kans dat de esource ook werkelijk geproduceerd gaat worden. Er is een Groningse opdrachtgever die waarschijnlijk een aantal installaties gaat bestellen om in te zetten in het Waddengebied. Ook is er een productiebedrijf gevonden om esources te maken. Bij dit productiebedrijf kunnen studenten stage lopen, en zo mee bouwen aan het product waarbij ze in de ontwerpfase al betrokken waren. “In het paralleltraject gaan studenten dan aan de slag met de doorontwikkeling. Zo moet er een draaifunctie in de constructie worden ontworpen, en er zijn nog andere aanpassingen nodig. Ook kunnen andere afdelingen mee gaan doen, want er is ook behoefte aan computertechniek en kennis van duurzame energie. Het is goed voor studenten in een multidisciplinair team te werken. Ons eigen team bestaat ook uit mensen met verschillende achtergronden. ” Maar ook in het nieuwe schooljaar heeft Esource te maken met een deadline. Het eigen ontwikkelteam en de studententeams wachten daarom niet op elkaar. “Een paralleltraject is echt dé manier om het te doen. Dat geeft de docenten planningstechnisch rust, en ons ook”, zegt Prummel.

Frisse blik

Werken met studenten heeft als voordeel dat zij met een frisse blik kijken, maar ook vakgenoten zijn. “We krijgen veel nieuwe ideeën aangereikt. Een student had bijvoorbeeld de slimme inval om hydraulische wielen te gebruiken. Daar zitten consequenties aan, zoals kostenaspecten, maar het is wel een fris idee. En omdat het derde- en vierdejaars studenten zijn, weten ze waar het over gaat, je krijgt interactie op niveau.” Daarnaast is de samenwerking met een onderwijsinstelling handig omdat er kennis wordt binnengehaald, en een nieuw netwerk van (stage)bedrijven. “We hebben er ook meteen een testpanel bij”, zegt Jeroen. “Dan gaat het niet alleen over de levensduur of de windkracht, maar ook over handige tools bij de festivalversie.”

 ‘Studenten kijken met een frisse blik’

Vroegtijdig contact

Voor startup-bedrijven die overwegen met scholen te gaan samenwerken, heeft Prummel een belangrijke tip: “Leg vroegtijdig contact. Als je wil profiteren van een parallelle ontwikkeling, moet je de school er zo snel mogelijk bij betrekken. Ook als er nog niets is.” Ook voor mbo’s heeft Prummel een advies: “Houd een open oog voor nieuwe bedrijven. Er is veel meer mogelijk dan stages bij traditionele bedrijven.”

Tekst en interview door Susan de Boer.