Havo is niet beter dan het mbo, zegt VO Raad

Middelbare scholen zien niets in het plan van de Tweede Kamer om alle vmbo'ers het recht te geven verder te leren op de havo. Voor veel leerlingen is het mbo juist het meest geschikt, stelt koepelorganisatie VO-raad in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs. De scholen willen daarom vasthouden aan hun eigen selectie.

Van de Tweede Kamer moet Dekker het zogeheten 'doorstroomrecht' van vmbo'ers vastleggen in de wet. Nu moeten jongeren nog een 6,8 gemiddeld hebben gehaald op hun eindexamens om naar de havo te kunnen. Daaraan komt, als het aan de PvdA en een groot deel van de oppositie ligt, een einde.

De VO-raad vindt dat daar een verkeerd signaal van uit gaat. "Daarmee zeg je eigenlijk: de koninklijke route loopt via de havo. Dat heeft de Kamer vast niet zo bedoeld, maar dat zal wel het effect zijn", zegt voorzitter Paul Rosenmöller. "En daar zijn wij het fundamenteel mee oneens."

De havo is niet beter dan het mbo, wil hij nog maar eens benadrukken. "Mbo'ers zijn cruciaal voor het functioneren van onze samenleving."

Los van dat principiële punt, sluiten vmbo en havo niet goed op elkaar aan, schrijft de VO-raad verder. Het vakkenpakketis anders en het niveauverschil soms groot. "Die aansluiting moet beter", geeft Rosenmöller toe. "Voor leerlingen die naar de havo willen en kunnen, zijn we daar ook mee bezig. Het is niet zo dat we die hele route willen afsluiten. We willen alleen dat leerlingen op de juiste plek terechtkomen."

Mbo'ers zijn cruciaal voor het functioneren van onze samenleving

vo_pres_08_futura

Scholen zijn bang dat veel leerlingen de havo al snel weer moeten verlaten omdat ze niet op hun plek zitten. Dat levert teleurstellingen op en kost jongeren veel tijd. Met een beetje pech moeten ze, eenmaal gestopt met de havo, maanden wachten voor ze aan een beroepsopleiding kunnen beginnen. Rosenmöller: "Je zou kunnen zeggen: probeer het op de havo en zie maar waar het schip strandt. Maar zo zou ik niet met leerlingen om willen gaan."

Het voortgezet onderwijs zou de situatie het liefst laten zoals die nu is. Scholen werken sinds 2012 met een code, waarin afspraken staan over de cijfereis en betere aansluiting tussen vmbo en havo. Voor 2012 stelden scholen zelf de eisen vast voor vmbo'ers die naar de havo wilden. Vaak moesten zij gemiddeld een hoger cijfer halen dan een 6,8.

Maar de staatssecretaris zit nu eenmaal met een opdracht van de Tweede Kamer. De VO-raad wil best nadenken over alternatieven voor de cijfereis. Vmbo-scholen zouden bijvoorbeeld een bindend advies kunnen geven aan leerlingen of er zouden aanvullende eisen kunnen worden gesteld als vakkenpakketten niet op elkaar aansluiten.

Bron: Trouw