SER: Daling bbl-leerlingen keren

‘Laat mij maar lekker werken. Ik hou niet van achter een tafeltje zitten.’ Joris Biesterbos werkt en leert bij Kwikfit. De beroepsbegeleidende leerweg (bbl) past perfect bij hem, vindt hij. En dat geldt voor veel andere jongeren. Waarom is het aantal bbl-leerlingen dan toch aan het dalen? In een recent advies pleit de SER ervoor die trend te keren.

Werk genoeg bij Kwikfit in Hoogeveen, begin november. Het zijn de bandenwisselweken. Eerst de auto’s van de leasebedrijven, dan die van de particulieren, vertelt Joris Biesterbos. Hij weet uit ervaring: ‘Particulieren gaan pas bellen als de eerste sneeuw valt. En dan allemaal tegelijk.’

Joris (24) werkt vier dagen per week bij Kwikfit Hoogeveen en gaat één dag per week naar school. Hij is inmiddels bezig met zijn derde mbo-opleiding via de beroepsbegeleidende leerweg (bbl): na autotechniek op mbo-niveau 2 en service-adviseur op niveau 3 is hij sinds dit najaar bezig met de opleiding voor eerste autotechnicus op niveau 3. In totaal kost hem dat zes jaar. Met die laatste opleiding wordt hij de vraagbaak voor alle technische vragen van het filiaal.

Hij volgt de opleidingen bij een ROC en de praktijk leert hij op het filiaal. Daarnaast krijgt hij diverse technische trainingen op de Kwik-Fit Academy in Harderwijk. Voor zijn opleiding tot service-adviseur reisde hij twee jaar lang één dag per week naar Rotterdam. ‘Ja, ik ben wel gemotiveerd’, lacht hij.

Ooit begon hij in het mbo met de beroepsopleidende leerweg (bol). De verhouding tussen naar school gaan en in de praktijk werken is dan precies andersom: veel naar school, aangevuld met een stage van een dag per week of een paar aaneengesloten weken per jaar. ‘Ik kon eerst geen bbl-stageplek vinden’, verklaart hij. Bbl-leerlingen moeten zelf solliciteren bij een bedrijf dat hen vier dagen per week wil begeleiden bij het werken. Dat blijkt nogal eens moeilijk. Via een zaterdagbaantje bij Kwikfit kreeg hij al snel toch een bbl-plek.

Een bbl’er wordt onderdeelvan het bedrijf. Je draait meteen volwaardig mee.

Volwaardig meedraaien

De wisselende animo bij bedrijven voor het aannemen en begeleiden van bbl-leerlingen is waarschijnlijk een van de oorzaken voor de terugloop in het aantal bbl-leerlingen. In 2009 waren er landelijk 167.088 bblleerlingen, in 2015 nog maar 97.466, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en DUO, de rijksorganisatie voor de financiering van het onderwijs. De SER heeft in een recent advies (zie kader op pagina 6) de oorzaken van die terugloop onderzocht en de maatregelen die genomen kunnen worden om het tij te keren.

Harry Stolk, bbl-coördinator bij Kwikfit, bevestigt het belang van bbl-leerlingen. ‘Een bbl’er wordt onderdeelvan het bedrijf. Je draait meteen volwaardig mee. Bbl’ers die hun diploma halen, kunnen bijna altijd bij ons blijven. Ze zijn al helemaal ingewerkt, in tegenstelling tot bol-leerlingen, die in verhouding meer theoriekennis hebben en minder praktijkervaring. Sommige van onze bbl-leerlingen zijn werknemers die al wat ouder zijn, veertigers bijvoorbeeld. Ze zijn bij Kwikfit komen werken in de tijd dat we nog vooral banden verwisselden. Maar inmiddels doen we veel meer, van APK tot volledig onderhoud. Die werknemers zijn zeer gemotiveerd om via een bbl-opleiding méér te leren.’

En dan is het niet het bedrijf, maar juist de school die weleens moeilijk doet. ‘Scholen denken dat het risico groter is dat een oudere cursist z’n diploma niet haalt en dus het slagingspercentage naar beneden haalt. Maar die oudere leerlingen zijn juist supergemotiveerd. Ze hebben vaak al een gezin, ze willen verder komen.’

Flink werven

Kwikfit heeft dit jaar landelijk 75 bbl-leerlingen aangenomen. ‘Vorig schooljaar hadden we 50 vacatures en konden we er maar 24 invullen’, zegt Stolk. ‘Ik weet niet precies wat daarvan de oorzaak was. Bij scholen en leerlingen heerst misschien nog het idee dat je bij Kwikfit vooral banden verwisselt en dus niet zo veel leert. Voor het huidige schooljaar zijn we al in februari begonnen met werven en zo hebben we alle 75 vacatures kunnen invullen. In totaal hebben we nu 150 bbl’ers in dienst en in januari komen daar nog eens 30 bbl’ers bij. Zoveel hebben we er nog nooit gehad: 180. Maar we hebben er wel hard naar moeten zoeken. Het zou misschien helpen als scholen potentiële bbl’ers helpen met het vinden van een stageplek. Wij zien het regelmatig dat leerling en leerbedrijf elkaar gewoon niet hebben kunnen vinden.’ Voor Joris is een bbl-opleiding de perfecte plek. ‘Het past veel beter bij mij dan een bol-opleiding. Laat mij maar lekker werken. Ik hou er niet van achter een tafeltje zitten.’

Een bbl-leerling legt de kennis die hij in de praktijk opdoet, schriftelijk vast. Bij Kwikfit gebeurt dat door middel van een ‘praktijkboek’, waarin bijvoorbeeld handelingen en reparaties stap voor stap worden ingevuld. ‘Bbl’ers zijn doeners’, zegt Stolk. ‘Het gebeurt nog weleens dat zo’n praktijkboek even blijft liggen, simpelweg omdat de bbl’er denkt: hup, door naar de volgende auto, werk aan de winkel.’

Joris herkent dat: ‘Het praktijkboek schiet er inderdaad weleens bij in. Je bent gewoon lekker bezig, je hebt zwarte handen. Maar er staan belangrijke dingen in voor het vak, dus het moet zeker gebeuren. En mijn leermeester moet het ook aftekenen, als onderdeel van mijn praktijkexamen.’

Leermeester

De leermeester, een ervaren collega, speelt volgens Stolk een cruciale rol. ‘Juist omdat bbl-leerlingen doeners zijn, is het goed dat ze intensief worden begeleid en gestimuleerd om het praktijkboek bij te houden.’ Joris: ‘Het is wel belangrijk dat je een goeie klik hebt met je leermeester. In mijn geval gaat dat gelukkig super. Als ik ergens niet uitkom, roep ik hem erbij. Mijn leermeester zorgt er bijvoorbeeld ook voor dat een wat ingewikkelder klus die binnenkomt, naar mij wordt doorgespeeld, want daar kan ik echt van leren.’

Als hij zijn huidige opleiding voor eerste autotechnicus heeft afgerond, wil hij nog weer verder leren. ‘Ik vind het belangrijk en leuk om door te groeien. Ik wil bijvoorbeeld nog door voor APK-keurmeester. Dat is een training van een aantal maanden. En mochten er nog meer mogelijkheden voorbij komen, dan ga ik ervoor.’

Bron: SER

SER-advies Toekomstgericht beroepsonderwijs

Minister Bussemaker van Onderwijs vroeg de SER dit voorjaar om een advies over het beroepsonderwijs. De SER beantwoordt de vragen van de minister in twee stappen. In een eerste advies, vastgesteld op 21 oktober, gaat de raad in op de daling van het aantal leerlingen in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) en de opkomst van andere vormen van praktijkleren in de beroepsopleidende leerweg (bol). In een meer diepgaand vervolgadvies zal de raad ingaan op de gevolgen van veranderingen op de arbeidsmarkt op het middensegment van het beroepsonderwijs.

De SER wil een halt toeroepen aan de terugloop in het aantal leerlingen in de bbl omdat er een toenemende behoefte is aan modern geschoolde vakkrachten en omdat de arbeidsmarkt steeds dynamischer wordt door onder meer digitalisering. In het eerste advies komt de SER met aanbevelingen om de bbl aantrekkelijker te maken, zoals:

  • Stimuleer nieuwe vormen van praktijkleren, zoals hybride leeromgevingen waarin theorie en praktijk samenkomen;
  • Stimuleer de professionaliteit van docenten met onder meer docentstages in hybride leeromgevingen;
  • Zorg voor deskundigheidsbevordering van praktijkopleiders bij de leerbedrijven;
  • Verbeter de doorstroming binnen het beroepsonderwijs door onder meer voorlichting op vmbo-tl en havo en meer mogelijkheden om door te stromen van bbl naar hbo;
  • Beter benutten van overstapmogelijkheden tussen bol en bbl;
  • Pas regelgeving en eisen aan op het verschil in ervaring tussen jonge en oudere bbl’ers;
  • Geef ruimte voor regelvrije experimenten.

Om de deelname aan bbl op korte termijn te stimuleren, moet volgens de SER worden ingezet op betere informatie voor (potentiële) deelnemers, het creëren van nieuwe bblplaatsen en beter benutten van de bestaande plaatsen, onder meer door betere matching, het beter toerusten van onderwijsinstelling, docenten en praktijkbegeleiders en soepeler regelgeving.